Afspraken vrijwilligers tijdens inzet
-
Hulpverlener (HV) 1 constateert al dan niet circulatiestilstand en start zo nodig BLS op. Reanimatie hoeft niet opgestart te worden als er een reanimatieverklaring aanwezig is en/of getoond kan worden, met de naam, handtekening en foto van het slachtoffer. Als er twijfel is over de verklaring wordt er altijd gestart met reanimatie.
-
HV 2 lost HV 1 af na 2 minuten. (Zorg dat de straat bereikbaar blijft voor ambulances)
-
HV 1 en 2 blijven doorgaan, maar worden na 10 minuten afgelost door HV 3 en 4.
-
HV 5 en 6 zorgen dat de straat bereikbaar blijft voor de ambulances en houden publiek op afstand. Als de AED nog niet ter plaatse is, haalt HV 4 de dichtstbijzijnde AED.
-
Indien AED eerder gearriveerd is dan ambulance, blijft de HV die de AED brengt en bedient (HV-AED) de regie houden over de reanimatiesetting. HV-AED geeft overdracht aan ambulance bemanning.
-
HV-AED coördineert HV 1 t/m 3 en zorgt dat ze à 2 minuten wisselen.
-
De ambulance wacht de laatste defibrillatieschok van de AED af en sluit dan haar eigen apparatuur aan.
-
De bediener van de AED brengt het apparaat terug naar de kast waar hij thuis hoort en belt de contactpersoon. Alle relevante telefoonnummers vindt de HV-AED in de beveiligde buitenkast. De contactpersoon start het nazorgtraject op en zorgt ervoor dat de AED weer in conditie gebracht wordt.